Column: Gele vingers, knikkende knietjes en subtropische zwemparadijzen

Dylan schreef dit 6 maanden geleden

Deze column verscheen eerder -rond de maand december- op zubb.nl

Met gele vingers, een koude neus en rillingen alsof mijn binnenste aderen een aardbeving zijn gestart, stap ik vanavond mijn nog net niet bevroren bedje in. Het is me weer gelukt, nog een dag zonder de verwarming op volle toeren te laten draaien. En het is bijna december, het eind van deze zelfkastijding.

We kennen bijna allemaal wel die cententeller, die persoon die voor geen goud de verwarming aan zet, zelfs niet als het buiten al -10 heeft bereikt. Of wellicht ben je er zelf wel één, zo’n wereldverbeteraar, net als ik. Ja, zo zie ik mezelf, een wereldverbeteraar. Net dat ene dagje langer de verwarming uit laten, dat maakt het verschil. Ieder jaar houd ik een wedstrijdje met mezelf, hoelang kan ik zonder die kunstmatige warmte. Dit jaar loopt de klok tot december. Ondertussen is elke avond eskimo-avond. Met drie fleecedekens, knikkende knietjes en twee paar sokken vechten tegen de november kou, die de strijd aardig begint te winnen.

Oké, stiekem weet ik dondersgoed hoe overdreven dit is. Die twee weken eerder stoken zal heus niet de wereld verdoemen en ook mijn jaarafschrift ligt er niet ondersteboven van. Het is meer een stil protest, een schreeuwend zwijgen naar ’t andere uiterste. De vrouw/man die na de natte scheet van de buurman al een paraplu openklapt, die om 12 uur ’s middags zijn fietslampjes al aan zet en die bij het eerste zeewindje onder de 20 graden de verwarming aan zet. En dat laatste dan niet om de temperatuur gelijk te houden aan de dag ervoor, néé, daar wordt graag tien graden overheen gepompt. Want ja, als die dan toch aan staat, dan maken we er natuurlijk een subtropisch zwemparadijs van.

Zo ook mijn zus. Mijn zus houdt van subtropische zwemparadijzen. Maar dan het liefst zonder al die mensen, zonder al dat water en zonder dat ze ervoor de deur uit hoeft. Zij is die vrouw, die in de winter nog net niet d’r hangmat in de huiskamer ophangt om in een bikini de hele avond fronzen margarita’s naar achter te gooien.
Maar als dan, medio maart, het jaarafschrift op de deurmat valt, is het klagen geslagen. Die verdomde energiemaatschappij ook altijd, die afzetters, die plunderaars! Om nog maar te zwijgen van wat ze met het milieu doen!

Op het moment dat ik dat aan moet horen komt de koele kikker in mij naar boven. Die energiemaatschappij heeft namelijk oprecht netjes ingeschat wat een normaal persoon aan energie verbruikt. Wellicht iets minder, wellicht iets meer, maar ’t komt redelijk in de buurt. Die grootverbruiker, die milieuvervuiler, die schavuit, dat ben jij. Ook al is het volgende een verschrikkelijk gezegde, een stukje advies van je kleine broertje is hier wel op z’n plaats: doe toch normaal meid, dan doe je al gek genoeg. Trek gewoon een trui aan als het te koud word in een t-shirt. Je hoeft heus niet mijn wedstrijden te evenaren, maar de verwarming op 18 in plaats van 30 graden in november doet al een hoop goed. En wie weet draai je de rollen dan ooit nog eens om, oude milieuvervuiler.

The following two tabs change content below.
Een ex-pessimist, altijd druk en pas 27. Ik ben verslaafd aan het opdoen en delen van kennis. Ooit was ik surfer, later een backpacker, maar nu vooral een mens dat blij wordt van buiten zijn. Opgeleid tot grafisch vormgever, gewerkt als schrijver en bedrijfsleider, en inmiddels bijna omgeschoold tot ecoloog.

Vergelijkbare verhalen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.