Voor het eerst een halve marathon rennen

Mijn eerste halve marathon

Zondag 23 januari. Aan de rand van Zoetermeer sta ik aan de start van mijn eerste halve marathon. Na maanden trainen moet het eindelijk gaan gebeuren. Het wordt een dag die ik nooit meer zal vergeten.

Na trainen volgen de zenuwen

Echt vroeg hoef ik me bed niet uit. Mijn afstand zal om 11.30 uur van start gaan,  maar het evenement start rond een uur of 10. Omdat ik mijn startbewijs nog op moet halen en het evenement niet ken, wil ik er vroeg bij zijn. Om 9 uur de deur uit dus. Ik kijk alles nog drie keer na en stop nog wat extra energierepen in het zijvak. Tijd om te gaan!

In de auto zakken de zenuwen weg. Alles in mij zegt dat ik er klaar voor ben. De weg hier naar toe was zwaar, maar ik ben goed voorbereid. Tien jaar geleden wilde ik het al, maar toen gooide een ongeluk roet in het eten. Nu ben ik fit, ik heb de goede afstanden getraind en ben goed begeleid. Dat ik sinds een paar weken een blessure heb in mijn scheenbeen probeer ik maar even te vergeten.

Leestip: Benieuwd wat er tien jaar geleden mis ging? Je leest het hier!

Bij aankomst blijken we vroeg te zijn. De startvakken worden nog klaargezet en er zijn nog maar een tiental mensen in het verzamelgebouw. Op mijn startbewijs hoef ik dan ook niet lang te wachten. Ik kies ervoor om na de wedstrijd mijn medaille te laten graveren en reken vast af. Zo, dat scheelt straks weer in de rij staan.

Het uur dat volgt gaat in een waas aan me voorbij. Ik zonder me wat af, terwijl de kinderen klaarlopen voor hun wedstrijd. Intussen voel ik de pijn in mijn been toenemen. Zullen het de zenuwen zijn of is de blessure erger geworden? Zodra mijn starttijd dichterbij komt tape ik mijn been, Marije helpt me, en ga ik me warmlopen. Wauw, de tape werkt! Ik ben er klaar voor en ga vast richting startvak. Ik wil graag met de juiste groep mee zodat ik op het goede tempo mee kan.

Klaar voor de start, af!

Eenmaal buiten is het koud en het lijkt een eeuwigheid te duren tot we van start mogen. Bovendien kan ik de pacer niet vinden. Dat is een ervaren hardloper die een bepaalde streeftijd zal lopen. Op een grote vlag staat de tijd die hij/zij zal lopen. Zo hoef je zelf minder op je tijd te letten en kan je met iemand mee. Mijn droom is om onder de 2 uur te blijven, dus ik start graag in de buurt van de 1.45u. Met nog een halve minuut te gaan komt ‘ie eindelijk aan en gelukkig sta ik precies goed! 3, 2, 1.. BAM, het startschot. We zijn onderweg!

Voor het eerst een halve marathon rennen

De eerste kilometers gaan bijzonder lekker. Ik haal wat mensen in, anderen gaan mij weer voorbij. Maar ik heb mijn ritme snel gevonden en ben goed onderweg. Al snel kom ik Marije d’r ouders tegen, die zijn speciaal voor mij afgereisd. Dat geeft energie! Op ongeveer 8 km kom ik ze nog een keer tegen, dit keer met Marije, en ik geniet van de sfeer. Warm is het wel inmiddels, dus ik laat mijn handschoenen bij hen achter. Op naar de volgende acht!

Normaal begint nu mijn mentale gevecht. Hoe lang is het nog, kan ik nog wel zo ver, noem maar op. Gelukkig kan ik me bij een groepje voegen die ongeveer mijn tempo aanhouden. Oké, toegegeven, ze lopen iets sneller dan mijn streeftijd. Maar eigenlijk vind ik dat wel fijn, zo kan ik mezelf nog net iets verder pushen dan wanneer ik alleen ren. De komende 5 á 6 kilometer ren ik heerlijk met ze mee. Maar dan komt de man met de hamer.

De man met de hamer

Op een kilometer of 13 is het ineens klaar. Ik trek het snelle tempo niet meer en bedank mijn mede renners. Ik laat me afzakken en moet herpakken. Het tempo was te hoog en mijn benen roepen keihard NEE. Moet ik dan voortijdig opgeven? Als ik nu ga lopen kom ik veel te laat aan, dan kan ik net zo goed stoppen. Het zijn gedachtes die me bezig houden terwijl ik besluit te gaan wandelen. De steile fietsbrug is me nu echt even te veel, een goede reden om een energiereep naar binnen te werken.

Dylan rent de halve marathon in Zoetermeer

Terwijl ik de brug over wandel voel ik wat energie terugkomen. Ik kijk op mijn horloge en zie dat ik iets te lang niet had gegeten. In combinatie met het hoge tempo was dat net te veel, maar ik herstel snel. Zodra er een fotograaf in zicht kom besluit ik weer aan te zetten. Het zal me toch niet gebeuren dat ik op de enige foto van mijn eerste halve marathon aan het wandelen ben!

De laatste loodjes

De volgende kilometers kan ik mijn ritme weer vinden. Iets langzamer dan eerst, maar ruim binnen de marges. Op de foto’s die ik later voorbij zie komen zie ik er op dit moment vrij ontspannen uit. Van binnen is het echter een groot gevecht. Mijn hoofd doet er alles aan om me te laten stoppen. Ik ren stug door en voeg me uiteindelijk bij een groepje die aan de 10km bezig zijn. Het tempo ligt hoog, maar ik kan ze enigszins bijbenen.

Bij de laatste 5 kilometers aangekomen moet ik ze toch lossen. Dat geeft niet, het gaat nu om volhouden. Ik voel heel veel emoties door mijn lijf stromen en alles doet pijn. Om me heen zie ik steeds meer mensen wandelen en ik denk er ook over. Uit het niets roept een mannenstem plots “kom op Dylan, je bent er bijna!”. Het blijkt een bewoner die, samen met zijn zoontje, vanaf zijn balkon bemoedigende woorden roept. Een glimlach neemt het over en ik kan weer verder.

Kilometers 19 en 20 duren een eeuwigheid. Ik had hier al meer toeschouwers verwacht, maar die lijken zich helemaal bij de finish te hebben verzameld. Dan hoor ik ineens de muziek. Het is niet ver meer! De laatste verkeersregelaar lacht en klapt alvast in zijn handen. Mijn besef van tijd is compleet verdwenen als ik de bocht om draai. Bekend terrein, dus ik trek nog één keer aan. De finish!

Na de finish van de halve marathon volgen de emoties

Het eind van het begin

Na de finish zie ik Marije staan en ik stort me nat van het zweet in haar armen. De tranen stromen over mijn wangen, de ontlading is enorm. Het maakt me allemaal niet meer uit, ik heb het gewoon gedaan. Het is gelukt! Ik heb mijn eerste halve marathon gelopen, in wat blijkt een waanzinnige tijd ruim onder de 2 uur. Wat tien jaar geleden in oogwenk onmogelijk leek is me nu gewoon gelukt. Wat een droom!

En wat een verschrikking! Ik zeg hardop dat ik dit nooit meer ga doen, maar diep van binnen weet ik dat de volgende niet lang op zich zal laten wachten..

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • strick66
    — 1 jaar geleden

    Mooi verhaal. En herkenbaar qua hardlopen. Ik ben niet onsportief maar dan liefst wel in een teamsport. Echter, de laatste jaren loop ik met plezier elke week 5 a 10 km. Geen halve marathon, dat hoeft niet voor mij, maar wel even die rush en leegheid in het hoofd. We zullen doorgaan!

    Beantwoorden

Exclusieve verhalen van onderweg en de meest bijzondere buitenplekjes ontvangen? Schrijf je in en ontvang zes keer per jaar een BuitenBriefje.